ViaQuales: De weg naar kwaliteit!

Onderwijs en bedrijfsleven werken samen
De ontwikkelingen in de transport- en logistieksector gaan hard. Om het onderwijs te laten aansluiten op de behoeften in de markt, werd vorig jaar ViaQuales opgericht.

Het werk van een planner is vandaag de dag niet meer te vergelijken met dat van tien jaar geleden. De digitalisering in de branche mag dan vele voordelen hebben, ze betekent wel dat je als werknemer moet leren omgaan met de nieuwe systemen. Veel bedrijven kiezen ervoor om een voormalig chauffeur of magazijnmedewerker op die stoel te zetten. Vroeger ging dat prima, maar tegenwoordig is dat zonder serieuze omscholing eigenlijk te veel gevraagd. En dus moeten ondernemingen het meer van schoolverlaters hebben. Een opleiding tot planner bestaat weliswaar op hbo- en mbo 3-niveau, maar de instroom vanuit het vmbo is haast nihil.

De opleiding is onbekend, tijd om daar iets aan te doen. In het nieuwe schooljaar zal het Radius College een nieuwe opleiding ontwikkelen die ook nog eens volledig voldoet aan de vraag uit het bedrijfsleven. Uit dit simpele voorbeeld spreekt het belang van de vorig jaar opgezette stichting ViaQuales, die de afstand tussen onderwijs en bedrijfsleven in West-Brabant tracht te verkleinen. ‘De weg naar kwaliteit’, luidt de letterlijke vertaling uit het Romeins en met de opleiding tot planner wordt de eerste aanzet daartoe alvast gegeven. “We zijn ontstaan doordat een deel van de studenten moeizaam of niet aan stageplaatsen voor hun BBL-opleiding kon komen”, zegt Peter Rasenberg. “Ons eerste doel was om iedereen aan het werk te krijgen, maar al heel snel kwamen er ook andere vragen aan de orde.”

Vernieuwingen

Verbindingen maken, daar gaat het om. Bestuurslid Reggy Heijens legt uit dat de sector verandert. “De vernieuwingen zijn gigantisch, daarom zijn onderwijs en het bedrijfsleven in de stichting samengebracht. Er moeten meer studenten worden opgeleid en ook op een andere manier, zodat ze beter worden voorbereid op hun latere werk. Je kunt zeggen dat beide kanten een beetje van elkaar zijn afgedwaald. Dat is te verklaren, want ondernemers zijn vooral met hun eigen bedrijf bezig. Ze hebben geen tijd om zich te verdiepen in het onderwijs. Toch willen we hen nu meer betrekken bij de inhoud van de opleidingen, daar hebben ze later alleen maar profijt van.”

Sexyer imago

Een van de uitdagingen die ViaQuales zichzelf oplegt, is het imago van de sector versterken. De regio West-Brabant heeft logistiek weliswaar benoemd tot één van de drie economische hotspots, in de beeldvorming onder jongeren valt volgens Rasenberg nog veel te winnen. Administratieve functies staan hoger aangeschreven dan chauffeurswerk of een baan als logistiek medewerker. “Het moet weer sexy worden, daar gaan wij voor zorgen.

Er is veel werk in de transport en logistiek, dat zal in deze regio de komende jaren door de vergrijzing alleen maar toenemen. En er is veel meer keuze dan de vrachtwagen of het magazijn als werkplek. Je kunt naar een kantoorfunctie groeien, leiding- gevende worden bij een distributiecentrum of in het railvervoer, de lucht- of de scheepvaart gaan werken. Veel jongeren beseffen niet dat je met een gerichte logistieke opleiding ook op Schiphol aan de slag kunt, of in het waardetransport. Dat willen we beter laten zien.”

Tekort aan chauffeurs

De steun van bedrijven is onontbeerlijk om de studenten gericht te kunnen klaarstomen. Heijens: “We hebben input nodig om de opleidingen te laten aansluiten. Maar het is ook belangrijk dat bedrijven voldoende stageplaatsen beschikbaar
stellen. Dat mogen er best meer zijn dan nu het geval is. Ik snap dat er tijdens de crisisjaren minder tijd was om studenten te begeleiden, maar nu zitten we in een kantelfase. Er is inmiddels zelfs een tekort aan chauffeurs. Daaruit blijkt maar weer dat het een continu proces moet zijn, ook in moeilijke jaren moet je in elkaar blijven investeren.”

Bij- en omscholen

Hoewel ViaQuales pas een jaar bestaat, zijn er in de periode al een paar forse stappen gezet. Grote bedrijven en organisaties zijn gemotiveerd om hun steentje bij te dragen, nu wordt het tijd om de hele sector mee te krijgen en concrete afspraken op papier te zetten. Die moeten niet alleen goed zijn voor jongeren, benadrukt Rasenberg. Ook bedrijven moeten er beter van worden. “Los van het feit dat het op de langere termijn ook goed is voor bedrijven als de opleidingen beter worden, zijn wij er juist ook voor ondernemingen. Transportbedrijven kunnen ons benaderen voor het bijscholen van werknemers, we zetten ons daarnaast in om mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt om te scholen. Dat is hard nodig om de sector sterk te houden.

Bij veel bedrijven werken mensen die op hun veertiende of vijftiende van school zijn gegaan. Sommigen willen graag alsnog een diploma halen, maar hebben er nooit bij stilgestaan om zelf een school te benaderen. Wij reiken hen via hun werkgever de kans aan om verder te gaan waar ze vroeger zijn gestopt. Het afgelopen jaar hebben we bij een onderneming, op voorspraak van de directie, samen met de medewerkers het orderpiksysteem logischer ingericht. De zendingen worden nu een stuk sneller verwerkt, dat levert het bedrijf een besparing van vier ton per jaar op. Op steeds meer plaatsen dringt het besef door dat een investering ruimschoots opweegt tegen de baten.”